Van denken naar voelen naar zijn

Rob Merkx, een van de grondleggers van Rebalancing in Nederland legt in de ‘Being in Touch’ van oktober 2008 uitgebreid uit, wat het belang is van in contact (kunnen) komen met je eigen ervaring.

Wat betekent contact in relatie tot het Rebalancingwerk?

Wat we doen met Rebalancing is: jezelf in een staat van dieper contact met je ervaring brengen en van daaruit iemand anders uitnodigen om ook dieper in contact met zichzelf te komen, door middel van aanraking. Dit is de eerste stap en de basis van een Rebalancer in actie
Anders gezegd: Als Rebalancer heb je als taak om in eerste instantie zo diep mogelijk in contact te zijn me eigen ervaring. Vanuit aanwezigheid bij jezelf kun je een ander uitnodigen oom ook meer aanwezig te zijn bij haar of zijn ervaring. Deze volgorde is van belang, omdat je eigen aanwezigheid is, die het meest werkt hierin. Als je zelf afgesplitst bent op het moment dat je je cliënt gaat aanraken of een onderzoek gaat doen, dan gaat dat niet erg helpen, ook al ben je nog zo kundig.

Efficiënter denken door te voelen

Rebalancing is een methode die je helpt om te bewegen van een staat van denken, naar een staat van voelen, naar een staat van zijn. In de staat van voelen is er iets meer contact met de ervaring dan in de staat van denken. Dat wil niet zeggen, dat voelen denken uitsluit. Denken wordt zelfs makkelijker op het moment dat je aanwezig bent in je ervaring. Het denken wordt helderder, efficiënter en preciezer. Het is niet óf denken óf voelen, gelukkig. De staat van zijn is een staat waarin je niet alleen contact hebt met je eigen individuele ervaring, maar ook met een groter veld.

Het grotere veld

Op het moment dat je ervaring groter is, dan alleen jouw individuele lichaam of innerlijke veld, ontstaat er een grotere ruimte, een diepere stilte en een dieper voelen. Je aanwezigheid in dat diepere voelen heeft effect op de mensen die bij je in de buurt zijn. Daarom is het ook makkelijker om te mediteren met een groep. En is het makkelijker om stil te worden in een ruimte met mensen die ook stil zijn, dan in een ruimte met mensen die zitten te hoofdrekenen. Wat we willen in het eerste jaar is dat jouw vermogen om in contact te zijn met je ervaring langzamerhand gaat toenemen. Dat je kunt rusten in je eigen ervaring, wat die ervaring ook is, Dit klinkt ongelofelijk simpel, maar in de praktijk is het dat niet. Er zijn veel barrières op dit vlak.

Defenises en Ego-Structuur

In meditatie is de eerste stap dat je je eigen individuele veld gaat voelen. Ik gebruik het woord ‘veld’ omdat dit het meest uiting geeft aan de gevoelde ervaring. Het individuele veld valt vaak samen met het fysieke veld, maar dat hoeft niet per se hetzelfde te zijn. Je kunt binnen je lichaam voelen, maar je kunt ook dingen voelen buiten je lichaam. Je zou kunnen zeggen dat ieder dier en ieder pasgeboren kind dit kan; het voelt zijn of haar eigen ervaring.

De menselijke situatie is echter zo, dat we langzamerhand ook defensies creëren tegen onze ervaring. Als jong kind ben je helemaal één met de gevoelde ervaring. Maar naarmate je opgroeit, zijn er allerlei ervaringen die niet zo makkelijk zijn en waar je defensies tegen gaat maken.

Een defensie maken betekent dat je iets gaat doen in je eigen structuur om die ervaringen niet helemaal meer te voelen. Bijvoorbeeld: er is iets wat je pijn heeft gedaan, iemand verlaat je of je moeder moet altijd in de winkel werken en laat jou alleen. Als kind is het zo lastig om dat alleen-zijn te voelen, dat je gaat afsplitsen of het gaat wegduwen in het onbewuste.

Het harnas van een ego-structuur

De defensies worden tot een ego-structuur. Ze vormen een harnas om jezelf heen om ervoor te zorgen dat die vervelende ervaringen niet meer opkomen. Als dat gebeurt, krijg je enigszins controle over wat je wel en wat je niet voelt. Je gaat als het ware reguleren hoeveel pijn en eenzaamheid je voelt. Je gaat ook reguleren hoeveel blijheid je kunt voelen.

Deze defensies reguleren niet alleen de vervelende situaties, maar ok de extatische. Hele ruime of orgastische ervaringen zijn veel groter dan het individuele veld. Dat is ook wat die ervaringen zo aantrekkelijk maakt. In een extase of een orgasme, voel je veel meer dan je eigen individuele veld. Dat is ook wat het zo fijn maakt. De kwaliteit van de ego-structuur is daarentegen dat het separaat is. Het staat los van het grotere geheel. Je voelt je binnen je ego-structuur alleen, maar het geeft tegelijk de illusie van veiligheid, van zekerheid.
De ego-structuur denkt: ik ga er voor zorgen dat dit me niet meer gebeurt of dat ik dit niet meer voel.

Methoden van defensies

We kunnen als mens defensies maken tegen bepaalde ervaringen. Daar hebben we allerlei verschillende methoden voor. Die in de ontwikkelingspsychologie beschreven zijn. Je kunt afsplitsen, onbewust maken, wegduwen, weggaan, sublimeren, bagatelliseren, etc.

Al die methoden zorgen ervoor dat we niet simpelweg aanwezig zijn bij de ervaring die zich aandient. En meestal wordt dat gestuurd door de ervaringen die je in de jeugd hebt gehad, met name die ervaring die voor jou te lastig waren om bij aanwezig te blijven, dingen die je niet kon of wilde voelen. Die motiveerden je om een defensie te maken. En omdat die defensies voor het grootste deel onbewust zijn, hebben ze de neiging om zichzelf te herhalen.

De automatische piloot

Het onbewuste werkt net als een automatische piloot in een vliegtuig: op het moment dat de piloot er niet is of niet capabel is, komt de automatische piloot in actie. Die vliegt, die ‘doet jouw leven’. Die automatische piloot is geprogrammeerd in je verleden en die herhaalt je verleden. Het is je misschien al eens opgevallen, dat er een neiging is om het verleden te herhalen. Het kan zijn dat je je telkens op dezelfde manier opstelt in een relatie, of dat je altijd bepaalde gebieden wegstopt of bepaald gedrag herhaalt. Dit alles heeft tot doel te voorkomen, dat je niet nog eens die nare ervaringen hebt.
De vraag is nu: waarom moet dat nou, waarom kunnen we niet gewoon helemaal open blijven en alles ervaren? Is de ego-structuur gewoon een ‘foutje van God’?

Foutje van God?

Het lijkt erop dat de ego-structuur ons helpt om in de wereld te zijn en om individu te zijn en ons individu te volgen. Maar het is een fase, het is niet de eindfase. De ego-structuur maakt een bepaalde ontwikkeling door.

Het zijn niet alleen defensies tegen bepaalde ervaringen maar ook structuren waarmee we ons gaan identificeren. Je gaat echt geloven dat jij dat bent, dat totaal van spanningen in je lichaam, in je ziel, je denken en in je hart. Die spanningen hebben specifiek karakter en je gaat op den duur geloven: dat ben ik. Je identificeert je ermee.
De ego-structuur stelt je ook in staat te functioneren in de wereld, dus, om auto te rijden of om te gaan met geld of je werk te doen. Dat is heel vaak een functioneren gebaseerd op ego en niet zozeer op de vrijheid van je bewustzijn. Dat maakt het lastig om los te laten.

Defensies loslaten

Waarom is het zo moeilijk om helemaal in contact te zijn met alles van de gevoelde ervaring? Wat maakt dat we contact vaak eng vinden? Wat is er zo spannend aan om te bewegen van defensie naar openheid? Een reden is dat de defensiestructuur een bepaalde mate van houvast en zekerheid geeft. En daardoor een bescherming is. Je voelt je kwetsbaarder voor de voordelen van anderen bij voorbeeld, of voor wat je allemaal gaat voelen.

Je voelt je kwetsbaar en denkt, helemaal in defensie, dicht, helemaal in defensie, voelt niet zo kwetsbaar en een situatie waarin je helemaal open bent ook niet. Maar daartussenin, dat is kwetsbaar.

Als je helemaal open bent, dan word je als het ware beschermd door je openheid. Je kunt lucht ook geen pijn doen, er valt niks te beschadigen. Heel veel openheid heeft een bescherming in zichzelf. Hoe opener je bent, hoe meer kwaliteiten aanwezig zijn die je veel beter kunnen beschermen dan dat harnas. Maar als je gaat van gesloten naar een klein beetje open, dan ervaar je dat als kwetsbaar. En dat ervaar je zo omdat je datgene gaat voelen wat je lange tijd niet hebt willen voelen. Als je van geslotenheid naar openheid beweegt, ga je van een strakke situatie, die klein is maar zeker, naar een situatie die veel ruimer is en veel leger. Er is geen houvast en de vraag ontstaat: wie ben ik dan?

Wat ook vaak gebeurt is, dat er een leegte ontstaat die wel een gat genoemd wordt. In de psychologie noemen ze dit een deficiëntie. Je voelt dat er iets ontbreekt. In het voorbeeld van de moeder die altijd in de winkel was, is er bij het kind heel veel eenzaamheid, het gevoel niet gedragen te worden. De ego-structuur geeft dan als het ware wat de moeder niet gaf: je wordt omhuld, gedragen. De ego-structuur geeft een vorm van holding, geborgenheid.

Omdat je vroeger niet gedragen werd en je jezelf nu niet kunt dragen, gaat je ego-structuur je dragen, op basis van spanning en vasthouden. En als je geïnteresseerd bent om dat los te laten, dan gaan er ineens gaten vallen. En dan ga je ineens voelen wat je voelde als kind: ik voel me niet gedragen, ik voel het gat van holding, van geborgenheid. Het ego reageert dan met samentrekken en je voelt dan ineens: ik ben weer terug in de kramp.

Angst, innerlijke aanvallen en problemen

Angstige gedachten, innerlijke aanvallen en problemen zijn drie heel effectieve manieren om in de kramp te blijven, om je ego-structuur en je defenses te onderhouden. Op het moment dat je angstige gedachten hebt, is het veel makkelijker om te verkrampen en samen te trekken. Zo houdt het ego zichzelf bij elkaar. De angsten zijn meestal gebaseerd op dingen die al gebeurd zijn; je wilt voorkomen dat die weer gebeuren. Je moeder heeft jou als kind verlaten en nu ben je in een relatie en je probeert de boel zo te organiseren, dat je niet verlaten gaat worden.

Dat kan een patroon zijn, dat je er in relaties altijd voor zorgt dat jij degene bent die verlaat, en nooit degene die verlaten wordt.

Een tweede mogelijkheid om je ego-structuur bij elkaar te houden is, verwikkeld blijven in de problemen van je leven, zodat veel van je aandacht gaat zitten in het denken over die problemen.

Een derde is: jezelf aanvallen. Bij innerlijke aanvallen gebruik je het denken om jezelf te veroordelen, om je lichaam, je gedrag, je ervaring of je uiterlijk aan te vallen. Al die dingen zijn erg effectief om de kramp te onderhouden en die gebruiken we allemaal.

Uit ervaring weten we dat je niet kunt veranderen door een wilsbesluit. ‘Aha, ik snap het nu, dat wil ik niet meer, ik hou er mee op’, dat lukt niet. Waarom niet? Waarom kun je niet op basis van een wilsbesluit stoppen met defensief zijn, jezelf aanvallen, in problemen verwikkeld zijn en jezelf laten verkrampen door je angsten?

Het eerste probleem is dat je ego vaak niet bewust aan te sturen valt. Bovendien, als je wilskracht gebruikt om jezelf te veranderen, zet je jezelf onder druk en geef je jezelf de boodschap dat je niet goed bent zoals je bent. Dat creëert nog meer spanning, weerstand en is eigenlijk een beetje pijnlijk.

Om de kramp werkelijk te veranderen is er eigenlijk maar één mogelijkheid, en dat is jezelf er helemaal in laten vallen. Je bewustzijn in je lichaam, in alle gevoelens en bevriezen. Het begrijpen van deze mechaniek is bevrijdzaam. Het is belangrijk om niet alleen maar ervaring te hebben, maar ook een context waarbinnen je je kunt begrijpen. Anderzijds is ook alleen begrijpen even onvoldoende. De ego-structuur verandert alleen maar als er bewustzijn in is, niet alleen maar bewustzijn erover. Je kunt een hoop dingen voor elkaar krijgen met ego-wil, er zijn hele imperia op gebouwd, maar je kunt niet door middel van ego-wil helemaal jezelf worden. Dat gaat niet. Voor iedere ego-wil is er een essentiële wil. Essentieel wil een aanwezigheid van een kracht die je ondersteunt om precies te zijn waar je bent, om helemaal aanwezig te zijn in de ervaring die er nu is.

uit: Being in Touch oktober 2008