Contact met je ervaring

Lees eerst deel 1 van dit artikel uit de BIT nr. 55 (december 2008) stond van deze inleiding die Rob Merkx in het eerste jaar van de Rebalancing-opleiding geeft. Een Rebalancer brengt zijn cliënt ‘van denken naar voelen naar zijn’.

Van een verkrampte situatie van de egostructuur naar een situatie van openheid en (zo volledig mogelijk) contact met je ervaring.

In dit tweede deel gaat Rob in op de weerstand die het ego biedt als het aangezet wordt tot openheid en verandering.

Hoe kan je daar als Rebalancer mee omgaan?

Defensies en lichaamswerk

De defensies van het ego doen zich voor in het energie-lichaam en in het fysieke lichaam. Freud was één van de eersten die dat beschreef. Hij zei: het ego manifesteert zich in het lichaam als een patroon van vasthouden. Vasthouden in de spieren en vasthouden in de fascia, het bindweefsel. Dus iedere ego-defensie heeft een fysieke component. Je kunt niet iets in je ervaring ontkennen zonder dat die spanning in je lichaam geaffecteerd is. Je moet ergens iets aanspannen om een ervaring te ontkennen.

Dat is belangrijk om te weten voor ons als lichaamswerkers. Wij werken van de andere kant; wij raken het lichaam en de spanning aan. Op het moment dat iemand zich gaat openstellen, heeft dat effect op de ego-structuur; die persoon gaat zich openstellen en allerlei dingen voelen. Vandaar ook het verschil tussen ontspanningsmassage en Rebalancing. Bij een ontspanningsmassage ga je iemand zo aanraken dat hij zich goed gaat voelen.

Intentie in Rebalancing

In Rebalancing is de intentie dat iemand zichzelf gaat voelen, en dat is radicaal anders. De intentie is om zo aan te raken dat die persoon meer van zichzelf gaat voelen, of dat fijn is of niet is helemaal niet relevant.

Als dat niet de bewuste intentie is van je cliënt, kan dat tot rare situaties leiden. De cliënt zegt bijvoorbeeld: ‘nou, dat is me ook wat, nu heb ik die sessie gehad en nu heb ik meer pijn in mijn rug!’ Zoiets kan gebeuren: stel iemand heeft veel spanning in zijn rug en is zich daar niet bewust van. Dan krijgt hij een lichaamswerksessie en begint te voelen hoeveel spanning er in zijn rug zit en hoeveel pijn daar zit. Dan is het jouw taak als Rebalancer om iets van een context te geven, inzicht te geven in hoe dat kan, zodat die persoon begrijpt dat hij niet meer pijn heeft, maar dat hij meer is gaan voelen van de spanning die in zijn lichaam is.

Hoe meer vertrouwen jij hebt in jouw vaardigheden als Rebalancer en in jouw eigen handen, hoe beter je weet of je pijn toevoegt aan het lichaam of pijn aanraakt die er al is. Het is belangrijk om dat onderscheid te kennen. Je kunt het lichaam ook zo aanraken dat je meer pijn creëert. Als je maar diep genoeg gaat dan creëer je pijn.

Onze taak is het lichaam zo aan te raken, dat zowel de aanwezige spanning als de aanwezige essentiële kwaliteiten zich kunnen manifesteren.

Vier instrumenten die contact met je ervaring ondersteunen

Om het contact met de ervaring te ondersteunen gebruiken we vier verschillende instrumenten. Dat zijn:

A) Je eigen aanwezigheid, die is het belangrijkste.
B) De technieken van het lichaamswerk, de aanraking.
C) Jouw inzichten in het proces.
D) Het gebruik van woorden en vragen die de ander ondersteunen tijdens een zelfonderzoek.

We weten dat je jezelf én de cliënt tegenwerkt als je technisch wel een goede lichaamswerker bent, maar niet aanwezig bent. Als je wel aanwezig bent, maar je kunt niet echt aanraken, werk je jezelf ook tegen. Het gebruik van woorden en vragen heb je nodig voor het begeleiden van een zelfonderzoek: ‘Wat voel je op dit moment? Wat gebeurt er precies? Waar voel je dat? Het doel van Rebalancing niet alleen maar om ervaren, maar ook om het kunnen verwoorden van wat je ervaart. Dat is belangrijk omdat je er zo bewustzijn in brengt. In de ego-structuur verandert er niks zonder bewustzijn. Bewustzijn is de piloot. Als de piloot er is, hoeft het ego er niet te zijn. Ego is de automatische piloot. De enige manier waarop het ego kan verdwijnen is als jij er bent, als er bewustzijn is.

Het opbouwen van het ego en het transparanter worden daarvan heeft zijn eigen timing. Hoe meer je in contact bent met de ervaring, hoe natuurlijker en organischer het proces van ontspanning verloopt. En dat is ook de enige manier waarop het kan verlopen. Als je jezelf heel erg onder druk zet om te ontspannen en te openen, dan wil je als het ware te snel. Het ego moet ook voldoende rijp zijn, voldoende krachtig en ontwikkeld zijn, om te kunnen loslaten.

Echt contact maken met je ervaring

In de jaren ‘60 en ‘70, de tijd van heftige encounters en bio-energetica, werd ego het harnas genoemd en aan het harnas werd ‘gewerkt’. Er werd flink geademd en ge-encountered en op matrassen geslagen; hoe harder hoe beter. Dat gaf wel een hoop intensiteit en gevoel, maar de integratie daarvan in het dagelijkse leven verliep vaak moeilijk. Er waren veel mensen die de heling niet erg ver werk gingen tussen verlichting en kramp. En als ze in de kramp zaten gaven ze zichzelf verschrikkelijk op de kop. Die grote intensiteit is in een bepaalde fase goed, maar het maakt ook dat het niet makkelijk kan integreren. We zijn nu gekomen tot een benadering waarin er meer respect is voor de defensies en het tempo van de defensies. Als iemand een ego-structuur heeft die niet erg sterk is, die labiel of instabiel is, heeft hij wel veel opening maar weinig vermogen om dingen te integreren. Als de openende en extatische ervaringen niet kunnen integreren, kan dat leiden tot een psychose of iemand kan het pad helemaal kwijtraken. Zo iemand heeft fantastische ervaringen, maar het pakt nergens, het landt niet. In Rebalancing werken we niet met mensen die te instabiel zijn. Die moeten eerst naar iemand toegaan om ego-versterkende dingen te doen. Het is niet voor iedereen het beste om openende dingen te doen. En onze verantwoordelijkheid is om dat ook in de gaten te hebben.

De ego-structuur als cocon

Er is nog een ander beeld om de functie van het ego te verhelderen, namelijk dat van de vlinder en de cocon. De defensies van de ego-structuur zijn vergelijkbaar met de cocon van een rups. De cocon van een rups moet behoorlijk dichtgetimmerd en stevig zijn aan alle kanten. Een goede cocon zorgt ervoor dat de rups zich daarbinnen kan transformeren. Binnen de cocon ontstaat een transformatie; de rups wordt langzaamaan tot vlinder. Als de vlinder zich goed ontwikkelt, gaat de cocon transparanter worden. Als de vlinder ontwikkeld is, gaat de cocon wegvallen, die is niet meer nodig. De cocon is een metafoor voor de ego-structuur: het is de vorm waarin een ziel op aarde kan zijn, mens kan zijn en langzaam kan groeien. Het is de voorwaarde om helemaal op te dagen, om als essentiële kwaliteit hier te zijn. Zonder de cocon kan de vlinder er nooit komen. Zonder ego kan de individuele ziel niet helemaal op dagen in een individueel lichaam.

uit: Being in touch december 2008